18 juni '26 - NDV/ KVBC Symposium: Bomen voor de Toekomst |
|
|
|
|
 |
| 337 sec |
Door klimaatverandering groeit bij kwekers boombeheerders en beleidsmakers de behoefte om begrippen als inheems, exoot en invasief kritisch te bekijken. Welke boomsoorten zijn geschikt voor de toekomst van ons landschap, onze steden en bossen? Deze thema's staan centraal op het symposium Bomen voor de Toekomst op 18 juni bij Boot & Dart in Boskoop.
 |
Onderwerpen tijdens het symposium aan bod komen onder meer:
 | | de gevolgen van klimaatverandering voor bomen en boomsoorten;
|  | | natuurlijke migratie van plantensoorten en de rol van door de mens geïntroduceerde soorten;
|  | | beleid rond invasieve soorten en de invloed daarvan op de sortimentskeuze;
|  | | de spanning tussen het gebruik van uitsluitend inheemse soorten en het verbreden van het sortiment;
|  | | de rol van bomen in biodiversiteit, klimaatadaptatie en de stedelijke leefomgeving.
|
Het programma omvat lezingen van onder meer onderzoekers, beleidsmakers en vertegenwoordigers uit de praktijk van de boomkwekerij, het bosbeheer en arboreta.
Programma
| 09.30 |
| Inloop met koffie |
| 10.00 |
| Welkom |
| |
| Jesse Beyer: Unielijst invasieve exoten, ook om rekening mee te houden voor de toekomst |
| |
| Baudewijn Ode : Overwegingen en handvatten bij soortkeuze in stedelijke beplantingen |
| |
| Bas Lerink: 'Nieuwe boomsoorten in het Nederlandse bos en landschap' |
| |
| Botanisch filosoof Norbert Peeters (WUR): ‘Denk minder in vijandbeelden als het over exoten gaat’ |
| 12.30 |
| Lunchpauze |
| |
| Nico D 'Hamers : Een eerlijke blik op inheems versus exoot |
| |
| Margareth Hop: 'Hoe bereid de boomkwekerijsector zich voor op bomen voor de toekomst' |
| |
| Abraham Rammeloo: 'Effecten van klimaatveranderingen op het arboretum' |
| |
| Barbara Gravendeel: 'Wat wetenschappelijke onderzoeken ons vertellen over bomen voor de toekomst' |
| 16.00 |
| Afsluiting & borrel |
Praktische informatie
Datum: 18 juni 2026 Locatie: Boot & Dart Boomkwekerijen, Halveraak 7, Boskoop
Sponsormogelijkheid Voor bedrijven biedt NDV/ KVBC interessante kansen om kennis te delen én zichtbaarheid te vergroten. Klik hier voor meer informatie.
|
 | | Jesse Beyer (NVWA) |
|
|
Jesse Beyer (NVWA) Unielijst invasieve exoten, ook om rekening mee te houden voor de toekomst
Tijdens het symposium Bomen voor de toekomst licht Jesse Beyer (NVWA) het wettelijke kader rond invasieve exoten toe. Hij gaat in op de Europese Unielijst, die bepaalt welke soorten verboden zijn in handel en aanplant. Daarbij maakt hij onderscheid tussen soorten die al aanwezig zijn en nieuwe introducties, waarvoor directe uitroeiing verplicht is. Belangrijk om te noemen is dat niet elke soort op de lijst voor elk land een probleem is, maar wel op Europees niveau gereguleerd dient te worden. Beyer schetst ook de rolverdeling: de NVWA houdt toezicht op handel, terwijl provincies en terreinbeheerders verantwoordelijk zijn voor beheer in het veld. Ook soorten die niet op de Unielijst staan kunnen invasief gedrag vertonen. Hierin is het vooral ook van belang om naar de locatiekeuzes te kijken. Wat in stedelijk gebied kan, is niet altijd geschikt voor natuur of bos.
Zijn boodschap: kijk verder dan de huidige situatie. Klimaatverandering kan soorten onverwacht invasief maken, vooral pioniersoorten kunnen zich onverwacht snel invasief gaan gedragen. Een bekend voorbeeld daarvan is de hemelboom
 | | Baudewijn Ode (Floron) |
|
|
Baudewijn Odé (Floron): Overwegingen en handvatten bij soortkeuze in stedelijke beplantingen
Tijdens het symposium Bomen voor de Toekomst gaat Baudewein Odé (FLORON) in op de afwegingen die spelen bij soortkeuze in stedelijke beplantingen. In een compacte lezing schetst hij verschillende perspectieven die elkaar in de praktijk vaak overlappen en soms ook botsen. Aan bod komen onder meer Basiskwaliteit Natuur, de discussie rond exoten, ecologische compatibiliteit en bestaande instrumenten zoals de zwarte lijst, de Leidse bomenlijst en de Bomentabel. Ook gaat hij in op het versterken van plant-dierrelaties, inclusief de rol van zuidelijke soorten, en de eisen vanuit klimaatadaptatie.
De lezing laat zien dat soortkeuze zelden vanuit één invalshoek kan worden bepaald. Juist de samenhang tussen deze thema’s maakt het werk complex. Odé sluit af met praktische richtlijnen en manieren om de verschillende belangen te combineren. Daarmee biedt hij handvatten voor professionals die in korte tijd tot onderbouwde keuzes moeten komen.
 | | Abraham Rammeloo (Kalmthout) |
|
|
Abraham Rammeloo (Arboretum Kalmthout) : Veranderend sortiment, het gaat veel sneller dan je denkt
De veranderingen in het sortiment gaan sneller dan veel groenprofessionals beseffen. Dat stelt Abraham Rammeloo, die al 27 jaar de collectie van Arboretum Kalmthout beheert. Hij ziet hoe soorten zich in korte tijd aanpassen aan een warmer klimaat. Planten die vroeger als kuipplant werden gehouden, zoals Lagerstroemia en Nandina, staan nu steeds vaker probleemloos buiten. Ook soorten als Eriobotrya en Magnolia grandiflora blijken veel winterharder dan gedacht. Tegelijk loopt de natuur niet altijd synchroon. Bij zachte winters met in januari temperaturen van 15 graden komen hommels al uit hun nest, terwijl inheemse planten nog nauwelijks bloeien. In zulke situaties bieden juist uitheemse sierkersen, een cruciale bron van nectar en stuifmeel. Rammeloo illustreert de snelheid van verandering met meerdere voorbeelden. Paulownia bloeit inmiddels zonder problemen in onze regio, waar dat vroeger alleen in Parijs lukte. Sequoia sempervirens groeit steeds sneller door warme zomers, terwijl soorten als Picea abies juist onder druk staan door droogte en plagen zoals de letterzetter. Volgens Rammeloo is de rode draad duidelijk: het sortiment verschuift razendsnel, en tegelijk vaak ongemerkt. 'Je ziet het pas als je terugkijkt.'
 | | Norbert Peeters |
|
|
Botanisch filosoof Norbert Peeters (WUR): ‘Denk minder in vijandbeelden als het over exoten gaat’
Botanisch filosoof Norbert Peeters (WUR) plaatst kanttekeningen bij de manier waarop de sector naar exoten kijkt. In zijn lezing laat hij zien dat begrippen als 'invasief' en 'exoot' niet neutraal zijn, maar geladen met aannames. Volgens hem sturen woorden als 'bospest' of 'aanvalsplan' het denken richting bestrijden, terwijl de werkelijkheid complexer is.
Peeters wijst erop dat het vakgebied invasie-ecologie relatief jong is, maar voortbouwt op ideeën die al sinds de tijd van Carolus Linnaeus en Charles Darwin bestaan. De waardering voor nieuwkomers verschoof daarbij van positief naar overwegend negatief. Tegelijk is het onderscheid tussen inheems en uitheems vaak minder scherp dan gedacht. Soorten als Aesculus hippocastanum of Ginkgo biloba zijn ooit ingevoerd, maar inmiddels breed geaccepteerd.
Volgens Peeters is volledige beheersing een illusie. Veel exoten, zoals Prunus serotina, raken onderdeel van ecosystemen en vinden hun plek in voedselwebben. Hij pleit daarom voor meer nuance: bescherm kwetsbare natuur waar nodig, maar kijk in stedelijk gebied pragmatischer naar het gebruik van soorten van 'vreemde bodem'.
 | | Margareth Hop (Boot & Dart) |
|
|
Margareth Hop: ‘Bomen voor de toekomst, een blik vanuit de kwekerij.
Margareth Hop (Boot & Dart) is als veredelaar gewend om vooruit te kijken. Op basis van maatschappelijke trends verwacht zij meer vraag naar bomen met compacte kronen, door ruimtegebrek en zonnepanelen. Een aanvulling in dat sortiment is bijvoorbeeld Pyrus 'NCPX1' JAVELIN, een straatboom met slanke kroon die nu wordt opgekweekt voor de Nederlandse markt.
Tegelijk constateert zij dat de sector weinig gebruikmaakt van bestaande kennis over ziekteresistentie, wat gebruik van gewasbescherming zou kunnen verlagen. Bijvoorbeeld Fraxinus excelsior 'Diversifolia' en F. excelsior 'Geesink' bleken in onderzoek van WUR minder gevoelig voor essentaksterfte. Toch blijft de vraag uit, omdat opdrachtgevers vaak vasthouden aan bekend sortiment.
Een volgend thema is klimaatverandering. Hierdoor krijgen bomen vaker te maken met zowel lange droogte als met wateroverlast. Soorten als Gleditsia triacanthos verdragen beide extremen, terwijl Pterocarya fraxinifolia wel nat kan maar niet droog. Boot & Dart ontwikkelde een logo dat deze toleranties voor droog en nat inzichtelijk maakt. Hop zet daarnaast vraagtekens bij 'ecologische compatibiliteit' als manier om de meest waardevolle exoten voor biodiversiteit te vinden en pleit voor selectie op genetische verwantschap.
 | | Nico D'Hamers |
|
|
Nico D 'Hamers (Pan Boombeheer): Een eerlijke blik op inheems versus exoot
Nico D'Hamers (Pan Boombeheer) is zowel filosoof en boomverzorger. In zijn werk legt hij de nadruk op ecologie en op de relatie tussen mens en natuur? Hebben we misschien nood aan een andere terminologie wanneer we over exoten denken en spreken? Van bestrijden van een soort naar herstel van een ecosysteem? Over maakbaarheid, veerkracht en de rol van de mens in de verspreiding van soorten. Tijdens het symposium spreekt hij over een eerlijke benadering van de inheems-versus-exootdiscussie. D'Hamers zet vraagtekens bij de manier waarop over exoten wordt gesproken. Het jargon is volgens hem vaak strijdlustig en negatief gekleurd, terwijl de ecologische effecten niet altijd uniek zijn voor deze soorten. Tegelijk wijst hij op een verschuiving naar systeemgericht beheer, waarbij niet de soort maar het ecosysteem centraal staat. Met beeldmateriaal van onder andere Ailanthus laat D'Hamers zien hoe soorten reageren op stedelijke omstandigheden. Dat roept vragen op over maakbaarheid, veerkracht en de rol van de mens in de verspreiding van soorten.
Bas Lerink (WUR) 'Nieuwe boomsoorten in het Nederlandse bos en landschap''
De boomsoortensamenstelling van het Nederlandse bos is continu in beweging. Dit wordt mede gedreven door extreme weersomstandigheden, als gevolg van klimaatverandering. Bas Lerink, 'onderzoeker bossen' bij Wageningen University and Research gaat in op de vraag hoe de belangrijkste boomsoorten in het Nederlandse bos ervoor staan en wat de kansen zijn voor minder gangbare boomsoorten. Aan de hand van de resultaten van Nederlandse Bosinventarisatie en de monitoring van klimaatslim bosbeheerpilots wordt de stand van zaken en een handelingskader geschetst.
Barbara Gravendeel: 'Wat wetenschappelijke onderzoeken ons vertellen over bomen voor de toekomst'
Volgens gepromoveerd evolutiebioloog Barbara Gravendeel zijn steden zich in ecologisch opzicht aan het ontwikkelen als eigenstandig te onderscheiden biomen: geografische vegetatiezones met specifieke klimaatomstandigheden en dominante dier- en plantensoorten. Zij is sinds 2025 wetenschappelijk directeur van de Leidse Hortus Botanicus. In die hoedanigheid voelt zij zich ook verantwoordelijk voor de verspreiding van risicovolle soorten vanuit een botanische tuin. Zij is actief in de wereldwijde organisatie van botanische tuinen, de Botanical Gardens Conservation International (BGCI). Deze organisatie heeft een applicatie ontwikkeld om de geschiktheid van boomsoorten in de omgeving van arboreta te beoordelen rekening houdend met klimaatveranderingen. Zij maakt zich sterk om bomen oud te laten worden in steden. Het grootste probleem is volgens haar misschien nog wel dat we voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten.
Kennis over houtige gewassen
De NDV houdt zich al sinds 1924 bezig met het bestuderen van houtige gewassen uit de hele wereld en hun geschiktheid voor toepassing in Nederland. In een tijd van snelle ecologische en klimatologische veranderingen wil de vereniging met dit symposium bijdragen aan een objectieve, wetenschappelijk onderbouwde discussie over het bomenassortiment van de toekomst.
Bij de KVBC draait alles om sortiment. Nieuwe rassen worden gekeurd en de organisatie helpt haar leden bij het maken van keuzes in het sortiment. Dat doet de KVBC door middel van: keuringen, publicaties, de Nederlandse Planten Collecties en bijeenkomsten.
Wilt u contact met de organisatie ?
|
| Boot & Dart Boomkwekerije... | |
| NDV Nederlandse Dendrolog... | |
| Koninklijke Vereniging vo... | |
| Wageningen University and... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|