Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Wordt de boomkweker gebeten door de kat of de hond?

ARTIKEL
REGELGEVING & JURIDISCH
Facebook Linkedin Whatsapp
Huub Snijders, dinsdag 12 mei 2026
124 sec


De boomkwekerij staat voor een lastige opgave. De sector moet duurzamer produceren: minder chemische gewasbescherming, minder emissie naar water en bodem en meer aandacht voor weerbaarheid, biodiversiteit en plantgezondheid. Tegelijkertijd is de verwachting van de klant, de consument niet wezenlijk veranderd. Die verwachten nog steeds uniforme, gave planten, vrij van aantastingen, precies op tijd geleverd en tegen een scherpe prijs.


Daar zit de spanning. Minder middelen betekent in de praktijk dat ziekten en plagen zichtbaarder kunnen worden. Dat vraagt iets van de hele keten: afnemers zullen meer moeten accepteren, terwijl kwekers rekening moeten houden met groeiachterstand of misschien zelfs uitval.

Minder middelen, andere verwachtingen

De discussie over verduurzaming wordt vaak op beleidsniveau gevoerd. Politiek en sectororganisaties zetten in op weerbaar telen, meer onderzoek en de ontwikkeling van groene middelen. Dat is logisch. Maar de vraag daaronder is fundamenteler: kan de sector met minder middelen nog steeds leveren wat de markt nu vraagt? Dat raakt direct de praktijk. Waar een bespuiting eerder een probleem kon corrigeren, is dat nu minder vanzelfsprekend. Tegelijk moet de sector nier nalaten om veel beter te vertellen wat er allemaal al is gebeurd op dit dossier. De milieudruk van middelen is zeker niet nul, maar is al wel met tientallen procenten naar beneden gegaan in de laatste pakweg tien jaar


Minder middelen betekent dat niet alleen de teelt verandert, maar ook de tolerantie in de keten moet verschuiven.

In de praktijk beweegt de sector al langer richting plantgezondheid. Niet alleen door regelgeving, maar ook doordat het middelenpakket kleiner wordt. De verandering zit vooral in het teeltsysteem. Problemen worden minder opgelost met één middel en meer met een combinatie van maatregelen: bodemkwaliteit, organische stof, waterbeheer, rassenkeuze en monitoring. Biologische oplossingen en biostimulanten spelen een grotere rol. Chemie wordt de laatste stap. Het medicijnkastje dat in tijden van paniek wordt opengetrokken voor een verse dosis paracetamol.

Die omslag vraagt tijd. Weerbaar telen is geen knop, maar een proces van jaren. Het vraagt investeringen in kennis, techniek en bedrijfsvoering, terwijl de uitkomst minder voorspelbaar is dan voorheen. Techniek helpt daarbij. Mechanische onkruidbestrijding, gps en cameratechniek maken gerichter werken mogelijk. Maar ze vragen ook investeringen en verhogen de kapitaallasten.

Chemie wordt steeds vaker de laatste uitvlucht. Het medicijnkastje dat in tijden van paniek wordt opengetrokken voor een verse dosis paracetamol

Wie draagt het risico?

Daarmee komt de vraag op tafel wie de omslag betaalt. Overheid en sector investeren in onderzoek en programma's, maar op het bedrijf moeten keuzes worden gemaakt. De markt vraagt om duurzamer product, maar prijs en leverzekerheid blijven leidend. Het risico ligt daardoor vaak bij de kweker. Ook de internationale positie speelt mee. Nederland loopt voorop in kennis. Dat levert innovatie op, maar kan ook leiden tot een ongelijk speelveld als buitenlandse concurrenten minder snel hoeven te schakelen. De kern van het probleem zit in de definitie van kwaliteit. Die is nog steeds gebaseerd op een systeem met ruime correctiemogelijkheden. Kleine aantastingen zijn commercieel vaak niet acceptabel, De sector verandert daardoor niet alleen technisch, maar ook economisch. Plantgezondheid wordt de basis van de teelt, met gevolgen voor opbrengst, planning en kostprijs. De vragen die daarbij horen, worden steeds urgenter. Kunnen we met minder middelen dezelfde kwaliteit blijven leveren? Is de markt bereid meer risico's te accepteren? En als kosten stijgen, hoort daar dan ook een andere prijs bij? De richting is duidelijk: minder middelen en meer weerbaarheid. Maar hoe die omslag uitpakt, hangt af van de bereidheid van de hele keten om mee te bewegen. Voorlopig ligt het grootste deel van het risico nog bij de kweker. De vraag is dus niet door wie er bijt, de kat of de hond, maar wie de pijn voelt - en dat is nu meestal de kweker.


LEES OOK

LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
AGENDA
FlowerTrials van 9 tot en met 12 juni 2026
dinsdag 9 juni 2026
t/m vrijdag 12 juni 2026
Techniekdag Boomteelt op 25 juni
donderdag 25 juni 2026
Data Innovatiedagen Boomkwekerij bekend
woensdag 9 september 2026
t/m vrijdag 18 september 2026

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER